donderdag 29 januari 2009

Dag 1 & 2 in Rome

Ciao.

Dag drie vandaag in Rome en er is al zo veel te vertellen... Ziehier een kleine resumé van mijn eerste twee dagen, want vandaag is er iets te veel gebeurd!

Dag één was vreemd. Aangekomen met ruime vertraging, door het ont-ijsen van het vliegtuig (we waren vijftiende in rij op de startbaan van Zaventem), was het vooral een heuse klus om hier de bed&breakfast te vinden. Het terugvinden van die bed&breakfast is overigens keer op keer een enorme klus, want stevig verdwalen doe ik hier voorlopig nog om de haverklap; Rome is duidelijk Gent niet (en zelfs daar was ik in staat te verdwalen). Verdwalen overdag is overigens nog helemaal iets anders of verdwalen in de donkterte, des avonds of des nachts.

De wijk waar ik momenteel vertoef, 'Monti', is een wirwar van smalle straatjes en het gratis plannetje, gekregen bij het inchecken in de bed&breakfast... Nu ja, het was dan ook gratis. Het weer was hier op dag één werkelijk, maar dan ook werkelijk, vreselijk; en ik moet toegeven dat ik er, al sleurend met de valies en doorweekte kleren, een eerste keer ietwat weemoedig van werd. Avond en nacht één, alleen op de kamer in de bed&breakfast, gaf me een gelijkaardig gevoel. Ongeveer alles wat je gewoon was en vorm gaf wordt bij je aankomst hier van onder je voeten weggetrokken en dat zadelt een mens al eens met een naar gevoel op.

Gisteren was dan weer vermoeiend. Samen met een rasechte Romein heb ik voor de eerste keer mijn Unief - La Sapienza - bezocht. Het is er nogal reusachtig. Mijn faculteit ligt in Aldo Moro, dat is slechts drie metrohaltes verwijderd van 'Il Covo', mijn bed&breakfast. De Romein, die zijn Erasmus in Gent deed, vroeg me hoe ik me hier voelde. Ik antwoordde met de vraag hoe hij zich voelde de eerste dagen in Gent. "Well, my friend, I was thinking 'what the hell am I doing here in Ghent'". Ik geef toe dat ik het ook al heb gedacht, maar eerlijk gezegd zou ik me meer zorgen maken mocht ik dit hier in het begin niet denken. De Romein heeft me gisteren (en ook vandaag, maar daarover later meer) geholpen met de zoektocht naar een kot, maar dat wordt duidelijk niet zo simpel. De terugweg van mijn unief naar hier te voet was dat evenmin... Onderweg kon ik wel enkele sfeerbeelden maken (zie onderaan).


En nu, donderdagavond zijnde, zit ik een pasta te eten met een goed glas rode wijn (de glazen rode wijn zijn hier wel gigantisch, gelukkig maar). De chef spreekt Nederlands (hij heeft de droom om ooit een koffiebar te openen in België of Nederland, want is the way of life hier in Rome kotsbeu en leert daarom Nederlands), en heeft zijn draadloos Internet voor mij opengesteld, zodat ik deze post kan typen. Het weer is hier intussen omgeslagen, het voelt voor mij 15°C en het lijkt hier al 'prima vera', voor de Italianen is het echter nog barkoud.

Vandaag, dag drie, was tot nog toe ongetwijfeld de meest bewogen, maar daarover later meer. Ook al ben ik hier nog maar drie dagen, het is tot nog toe een heus avontuur geweest. De Belgische politiek is verder weg dan ooit. Jullie ook en af en toe, in een verdwaald moment, heb ik wel al eens aan jullie gedacht. Ciao!



5 opmerkingen:

  1. Je maakt een mens wel erg nieuwsgierig hé ;-)
    "Vandaag is er héél erg veel gebeurd, dat is voor een volgende post."

    Ciao xxx

    BeantwoordenVerwijderen
  2. dit is een keer proberen. Zien of het nu lukt.

    den dikken

    BeantwoordenVerwijderen
  3. gelukt! Vanavond volgt mijn eerste onvergetelijke reactie!

    den dikken

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Het is me maar al te bekend, het verweesd en van god en klein pierken verlaten op een trein zitten die ik weet niet naar waar verloren dendert. Bij mij was het Duitsland; achttien was ik, en onderweg naar Frau Schulze, een 80-jarige Kriegswitwe die me Duits en gezien haar leeftijd uitsluitend Duits zou bijbrengen. Schleiden/ Eifel, een hol van Pluto, diep verborgen onder diens staart, en nauwelijks duizend inwoners. Ik hoor het krijsen van de remmen, rammelen van de deuren, verwacht op het perron om de twintig meter een SS-er te zien staan met Duitse herder aan de leiband. Koolzwarte ogen, vervaarlijk blikkerende tanden, likkend naar de vlokken die wervelen in het oranje licht van de lantaarns, maar het nekhaar recht overeind en met trillende flanken, klaar om toe te springen, naar de partij; niet de NSDAP, maar de echte partij van vlees en bloed, want daarvoor zijn ze afgericht. Doorheen het verlaten station, met een oude koffer van vader Juul, die meer lijkt op de kartonnen dozen van de zwitserlandreizen in de tijd. Op het perron geen SS-ers, en vermoedelijk liggen ze, hun koppelriem (jaja! en Gott mit uns) argeloos over hun gloeiendheet bloot gat bij bosjes Russische meidekens te neuken in het spichtige gras voor Stalingrad; het dorp is verlaten; Duitsland slaapt, maar op de hoek aan de kerk, daar staat een cafeetje, daar zal ik over een paar zaterdagen, met halve liters zwierend, met de vuisten op tafel bonkend, Sieg Heil en watpeinzenzewel en godverhemelstemiledzu en veel vijven en zessen en wacht maar, en mijn stoel kraakt achterover, ik wankelend tegen de tafel, en de flessen zwijmelen; daar zal ik laat in de avond mijn gloeiende kop te ruste leggen op de wonderbra, ei ei met kanten friendekens afgeboord, inslapen op het zwartfluwelen borststukje van Heidi, het blonde diensterken, en Heidi wint de wereldcups! Om je maar te zeggen, Pieter, je eenzaamheid zal vlijmscherp maar kort als een dagge en flinterdun zijn als een stopnaald, en in Rome zal het geen cafeetje zijn maar een pizzeria of zo, met een kaneelkleurig wijveken, een perziken huideken en lippen die smaken naar verse olijven, en op haar borstekens glinsteren druppels van de Engelenfontein, gereed om er door een paar bloedgeile Vlaamse lippen afgezoend te worden. Hij is immers gekomen, de Vlaming, Pieter Vervinckt, Pietro Da vinci, en de naam laat vermoeden dat ooit één uwer voorvaderen, misschien op zoek naar een authentieke Colnago of een paar Romeinse laarzen hier doende is geweest, met zijn zaad als zijn naam kwistig is rondgesprongen. Hoe dan ook, ik verzeker het je, er wacht je spoedig gezelschap, en ik vraag me waarlijk af of niet een of andere Amerikaanse universiteit een betere bestemming was geweest, want meer geschikt voor iemand die gewoon is de orde van dag en nacht om te keren. Vergeet het dus maar niet: er is te studeren, er zijn papers, er zijn bovendien paparazzi, die ons met woord en beeld op de hoogte houden van je ook amoureuze exploten. De Rosten waakt; Sientje smoort haar tranen in een kanten zakdoekje van Lagerfeld, dit alles in een straks weer ondergesneeuwd Mariakerke dat stijf staat van de kou. Ga er dus maar voor, pluk de dag, de zon, geniet er van. Luceat tibi sol! En zaterdag zijn er Vliegende Vinken, is er leute en jolijt, zijn er Duvels. We zullen op jou klinken, en dromen van kaneelkleurige wijvekens, en in onze dromen zien hoe jij veelkleurige bh-linten vlecht tussen je vingers! Chansaar!

    den dikken

    BeantwoordenVerwijderen