woensdag 18 februari 2009

Studente Italiano

2 opmerkingen:

  1. Bon giorno Pietro

    Met be-en verwondering lees ik de verslagen van je lotgevallen, en meer en meer valt me op, ofschoon je berichten bijzonder uitvoerig zijn, dat je in alle talen zwijgt over wat toch elke reiziger, outlaw, Aussteiger, expatriot, avonturier of in welke hoedaningheid ook in een ander land vertoevend individu overvalt : ik bedoel wat in reisfolders tussen de plooien wordt vermeld als de Wraak van Montezuma, de Tourista, de Spaanse Spetter, in onze gewesten bekend als buikloop, gemeenzaam scheiterij. Mij is het nog voor een paar weken overkomen tijdens een driedaags uitstapje naar het nochtans (tot mijn verblijf aldaar) heel zindelijke Honfleur, Normandië. Ach de kleine zelfstandige, in plaats van, handenvegend aan de werkkiel, de reiziger met welkomstkreten en enthoesiaste uitroepen te overladen, want ziet, er wenkt eerlijk gewonnen profijt, en oprechte vreugde bij degene die zijn waar met grijpgrage klauw en op zoete streling belust gehemelte verorbert, welneen, welneen ; de lugubere lafaard, bezitter van een restaurant waar kleine gerechten werden aangeboden, de deugeneut zette me een kom soep met zure room voor, en nauwelijks was de avond gevallen, meldden zich de eerste ongemakken, aanvankelijk zelfs genietbaar, zij het niet voor Miekengeweetwel, want alras klonken mijn darmen als de harp van Aeolus, de bollebozende god der winden. Maar minder gedreven door de dreiging van matrimoniale moeilijkheden dan door de altijd heftiger stuwingen in mijn opvallend gewelfde buik heb ik de nacht op het toilet doorgebracht, af en toe, en schichtig tussen twee vloedgolven door verbijsterd kijkend naar de vloed mijner voortbrengselen door een bril die nochtans de werkelijke hoeveelheden getrouw weergaf, want ik bedoel gewoon de toiletbril. En zo ging mijn hele, zo grondig geplande, voor landkaart en computer zo intens reeds genoten driedaags reisje, annex het ervoor uitgetrokken budget, de mist, in casu de toiletpot in, en ware het niet dat mijn echtgenote mij ‘ s morgens zonder meer en in een handomdraai van de pot rukte, waar ik bij het ochtendkrieken een beetje versuft maar toch gezuiverd en bevrijd zat te dommelen. Je beperkt je dan tot een yoghurtje, let wel, dit betekent geen vermindering van de uiteindelijke rekening, slikt een imodium of vier, propt een rol toiletpapier en een slipje of drie in je binnenzak en begeeft je toch op weg, want het boottochtje is al betaald, en het historisch museum moet ook nog. Het is me ooit overkomen tijdens een nachtelijke wandeling in de Ardennen : ik had besloten, na een met fluwelen wijn besprenkelde wildschotel nog een avondvluchtje te maken, onder een sterrenhemel die wij, kinderen van de helverlichte stad ons nauwelijks kunnen voorstellen, en , welja, ik had ook een tweetal Jägermeisters, plaatselijke specialiteit, en een Irish coffee door het klokkende keelgat gejaagd, een beetje schommelend slofte ik aan de arm van Miekengeweetwel over een stoffige zandweg, en achter mij daalde het stof neer als een ritselend gordijn over een heerlijke avond ; plots een gloeiende golf die jaagt door mijn ingewanden, één moment roerloos als een beeld, een kramp, een wanhopig samenknijpen,een diep gerommel als in de verte gedommel van de donder – we waren begin maart, dus dat kon niet – en plots, als een verschrikt konijn de struiken in, in de struiken vlucht een geschrokken winterkoninkje, roefroefroefo di calabria, het neerhurken met witte, maanbeschenen billen, een kort gesteun en dan de golf, de bruisende, spetterende, over de donkere aarde neerfonteinende stroom, en wil ik niet door desselven worden opgetild, ik moet me bliksemsnel sprietelings achterover werpen, op handen en voeten een brugje bouwend, het penibele want door de nachtelijke kou verraste geslacht priemend naar de sterren ,en op de nachtelijke zandwegel een ondanks mijn, ellende schaterend Miekengeweetwel . Geen toiletpapier, geen frommelzakdoekje, en gelukkig is er het in het maanlicht glinsterende zilverpapier van een leeg pakje Belga, weggeworpen door een milieuonvriendelijke maar toch door God gezonden wandelaar. Bescheten commissie. Denk eens, denk eens, zilverpapier dat toen nog zo’n waarde had dat het onder het mom van ontwikkelingshulp aan de negertjes werd geschonken, misschien wellicht vandaar vaak sanspapiers genoemd ! Ik kijk uit naar je volgend verslag, wil onder meer van je weten of de Romeinen Turkse/Franse, dan wel gewone toiletten gebruiken ; of ze in onderhavig geval de gewoonte hebben met de voeten op de bril plaats te nemen – niet zo gek, want in elk geval zindelijk ; ik verwacht zekerlijk een getrouw verslag van de eerste aanval van de Wraak van Montezuma, want die is er vast geweest, en indien niet ; let op het doffe gestommel van kanonnen schijnbaar ver achter de horizon. Laat je niet om de tuin leiden : in je eigen slappe, met een klad slagroom bemorste buik bereidt hij zijn vernietigende aanval voor. Ik moet nog even mijn bezigheden als je coach Duits weer opnemen : men zegt niet, ich hälte, maar ich halte die Ohren steif. Het gezegde betekent zoveel als ‘blijf op je hoede’, en is ontleend aan de jagerstaal, met name aan de houding van een konijn, dat de oren spits overeind houdt terwijl het schijnbaar argeloos aan een groen blaadje knabbelt. Het doet dit om niet onverhoeds door een laffelijke jager aangevallen en derhalve enigszins aangeschoten (cfr.je vader) zijn legerstede te bereiken, of teneinde niet plotsklaps vanachteren gepakt te worden door een grijnzende rijger of rammelaar. Terloops, onder de konijnenpopulatie is buikloop een geliefde aandoening, want deze clevere dieren laten hun keutelkens drogen om ze na een paar dagen weer te verorberen : het gaat om het meest vitamine-C bevattende product ter wereld. Echt waar, maar enkel knappe koppen als de Da Vinci’s weten dit.! Dag Pietro, zoals gezegd, halt die Ohren steif !

    BeantwoordenVerwijderen